wegwijs

Inhoud:

Praktische informatie omtrent de school. Vindt u niet wat u zoekt? Mail ons!

BRANDALARM

Bij evacuatiebevel gelden volgende richtlijnen :

1. Iedereen laat alles liggen en verlaat rustig het lokaal. Allen gaan naar de aangeduide verzamelplaats: het sportveld. Iedereen blijft samen om paniek te voorkomen. Niemand keert terug naar zijn lokaal.

2. Op het sportveld stellen de leerlingen zich alfabetisch per klas op zodat de controle van de aanwezigen gemakkelijk kan gebeuren. Eventuele achterblijvers worden gemeld.

3. Iedereen blijft op het sportveld tot de verantwoordelijke verdere instructies geeft.

Zeker te onthouden zijn:

- de verzamelplaats: SPORTVELD,

- de plaats van de NOODUITGANGEN,

- de juiste EVACUATIEWEG,

- de betekenis van de PICTOGRAMMEN.

 

FOTOKOPIEEN

Leerlingen kunnen kopieëren van 8.00 - 8.20 uur en van 15.50 - 16.05 uur.(in A106)

 

HANDBOEKEN

De handboeken worden per vak op een boekenlijst samengebracht zodat de leerlingen tijdig deze lijst in hun bezit hebben. Op deze lijsten worden ook de tweedehandsprijzen vermeld. Dit kan ofwel 50 % zijn voor handboeken die een boekenlijststempel van een vorig jaar hebben of zonder stempel, of 75 % voor boeken met een boekenlijststempel van dit jaar. Boeken die niet tweedehands kunnen gekocht worden, zoals invulboeken, staan vermeld als 'NIEUW'.

Werkmappen Aardrijkskunde voor alle 1ste, 2de en 3de jaars:

Het boek voor het vak Aardrijkskunde (werkmap Aardrijkskunde 1, 2 en 3) kan u niet zelf bestellen via de uitgeverij.  Wij zullen daarom als school deze werkmap bestellen voor de leerlingen.  Deze werkmap zal tijdens de eerste les Aardrijkskunde van september uitgedeeld worden in de klas en nadien op de eerste factuur aangerekend worden.

Er wordt een tweedehandsboekenmarkt voorzien in de refter van onze school op 27 juni 2014. 

De boeken van de boekenlijst waar NIEUW achter staat dien je zelf te bestellen bij een boekhandel. Zorg er wel voor dat je je bestelling voor 10 juli 2014 in de boekhandel plaatst zodat je je boeken tijdig ontvangt. We verwachten dat de leerlingen op 1 september al  hun boeken in hun bezit hebben!!

Aanvullingen bij een handboek of cursus dienen door de leerlingen betaald te worden. Dit gebeurt tweemaal per jaar (met Kerstmis en op het einde van het schooljaar).

 

INHAALLESSEN EERSTE GRAAD

Doel :

- een onderdeel van de leerstof uitleggen na afwezigheid;

- een onderdeel van de leerstof nogmaals uitleggen en verwerken;

- een werkmethode voor het vak aanleren.

Wanneer :

Tijdens de middagpauze van 12.30-13.20 uur.

Voor welke vakken ?

Voor de basisvakken Nederlands, Frans, wiskunde en Latijn/Grieks.

Werking.

De vakleerkracht kan een leerling inschrijven voor een inhaalles. De leerling kan ook een inhaalles aanvragen aan de vakleerkracht.Elke leerling mag maximaal twee middagen per week opgeroepen worden voor een inhaalles. De betrokken leerling ontvangt een dag op voorhand een wit briefje als verwittiging dat hij/zij verwacht wordt op de inhaalles.

Leerlingen kunnen ook vrijwillig een inhaalles bijwonen. Wekelijks wordt ad valvas (blok E) het volledige programma van de inhaallessen voor de Middenschool vermeld. De leerling kan zo duidelijk nagaan wanneer, welk vak, in welke klaslokaal en welk onderwerp !

In het eerste trimester van elk schooljaar worden de inhaallessen Nederlands bijna volledig besteed aan extra begeleiding van leerlingen met spellingproblemen. Aan de hand van PMS-testen gaan we in het begin van het schooljaar na welk niveau elke leerling bereikt op gebied van spelling. De leerlingen met minder goede resultaten krijgen dan een kans een cursus spelling te volgen (1 middag per week - met een vaste begeleider - gedurende 1 trimester). We verwijzen hiervoor ook naar de dossiers 'dyslexie' en 'studie- en leerlingbegeleiding'.

INHAALLESSEN TWEEDE GRAAD

In de tweede graad blijft het systeem van inhaallessen bewaard. Daarnaast werken sommige vakleerkrachten leerlingen geregeld bij,los van dit systeem van inhaallessen.

 

LABOREGLEMENT

Bij het begin van het schooljaar krijgen leerlingen en ouders het laboreglement ter ondertekening voorgelegd. Het reglement vind je op de volgende pagina.

A. ALGEMEEN.

. Ga nooit zonder toestemming het lab binnen.

. Volg steeds strikt de instructies van de leraar.

. Laat nooit overbodig materiaal op je tafel staan. Plaats je schooltas op de aangeduide plaats en hang je jas aan de kapstok.

. Eet en drink nooit in het lab.

. Lees de handleiding van het experiment vóór je aan het experiment begint. Duid de punten aan waarvoor je extra moet opletten. De specifieke veiligheidsmaatregelen, uitgelegd in de handleiding van het experiment, moeten steeds strikt worden opgevolgd.

. Werk rustig maar verspil geen tijd. Praten tijdens het uitvoeren van de proeven kan enkel met je teamgenoot als het zachtjes gebeurt en het praten het goede lesverloop niet stoort. Haal nooit 'grappen' uit.

. Zwijg onmiddellijk als de leraar aan de ganse groep iets wil melden.

. Voer nooit een experiment uit dat niet door je leerkracht werd opgedragen.

. Wees bij gebruik van scherpe voorwerpen, zoals scalpels en preparaatnaalden uiterst voorzichtig. Richt de punt steeds naar het werkblad.

. Verwittig bij een verwonding, bij morsen van stoffen of bij glasbreuk steeds onmiddellijk de leraar. Ook een defect aan een toestel wordt direct gemeld.

. Ruim alles tijdig op. Breng gebruikt materiaal gereinigd en in de oorspronkelijke toestand, terug naar de stockeerplaats. Reinig de practicumtafel. Controleer of water en gaskraan goed gesloten zijn.

. Verlaat het lokaal pas nadat de leraar je werkplaats heeft genspecteerd.

 

B. BIJ GEBRUIK VAN CHEMISCHE PRODUCTEN EN VUUR.

. Draag steeds een labojas, laat de labojas niet loshangen.

. Als je zelf stoffen uit een recipiënt moet nemen, lees dan eerst de Risk- and Safety-zinnen, zodat je goed weet waarmee je bezig bent. Respecteer de R- en S-zinnen.

. Draag bij het werken met gevaarlijke chemische stoffen steeds je veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen. Verwijder dadelijk de op je handen, of op andere lichaamsdelen, gemorste stoffen. Ze kunnen giftig of bijtend zijn. Sluit flessen onmiddellijk na gebruik.

. Hou stoffen altijd voldoende ver van een vlam verwijderd. Hou loshangend haar samen met een elastiekje. Haren zijn ontvlambaar bij open vuur !

. Ruik nooit aan chemische stoffen en pipetteer nooit met de mond, tenzij uitdrukkelijk gevraagd.

. Was steeds je handen na afloop van een practicum als je gebruik gemaakt hebt van chemische producten.

 

LEEFREGEL

Alle leerlingen ontvangen bij aanvang van het schooljaar de leefregel. De leefregel vind je eveneens terug op SmartSchool.

 

 

LEERLINGENRAAD

De leerlingenraad is het vertegenwoordigend orgaan van de leerlingen. Wekelijks houden zij een vergadering waarna twee leerlingen verslag uitbrengen bij de directeur.

LEERLINGENRAAD : STATUUT

1. OMSCHRIJVING.De leerlingenraad is het vertegenwoordigend orgaan van de leerlingen van het HHC. Alle leerjaren worden door de leerlin­genraad vertegenwoordigd. De samenstelling gebeurt op basis van verkiezingen die in het begin van het schooljaar worden gehouden.2. VERKIEZING, SAMENSTELLING EN FUNCTIE-OMSCHRIJVING.2.1. VerkiezingHet aantal leden bedraagt 18: 6 uit de zesdes, 4 uit de vijf­des, 4 uit de vierdes en 4 uit de derdes.Kandidaturen worden ingediend bij de directie, die de stembil­jetten opstelt.Elk leerjaar verkiest zijn afgevaardigden.Elke leerling heeft actief en passief stemrecht.Elke leerling kan op het stembiljet zoveel leerlingen aandui­den als er te begeven plaatsen zijn binnen het leerjaar.Open plaatsen worden niet ingevuld en de leerlingen van de leerlingenraad­ blijven dezelfde gedurende het schooljaar. Ook plaatsen die vrijkomen in het jaar door dwingende redenen worden niet ingevuld. 2.2. SamenstellingEens de leerlingenraad gekozen, stelt deze een bestuur van zes personen samen die democratisch verkozen worden en een prakti­sche functie uitoefenen (2 uit de zesdes, 2 uit de vijfdes, 2 contactpersonen met de middenschool afkomstig uit de 3de graad).De leerlingenraad wordt voorgezeten door een voorzitter, leerling uit het zesde jaar. De leerlingenraad stelt onder zijn leden eveneens een ondervoorzitter aan, leerling uit het vijfde jaar, een secretaris uit het zesde jaar en een penningmeester uit het vijfde jaar.De leerlingenraad stelt drie afgevaardigden (telkens één uit de drie hoogste jaren) aan voor de schoolraad, waarvan één voor het medezeggenschapscollege. Zij stelt eveneens twee contactpersonen aan, één voor het de leerlingen van het eerste jaar en één voor de leerlingen van het tweede jaar. Onder de leden wordt ook een communicatieverantwoordelijke en een webmaster aangeduid. De functies in deze paragraaf zijn combineerbaar.Een lid van de leerlingenraad kan door de directie uit zijn functie ontheven worden (eventueel op vraag van een meerderheid van de leden, mits gegronde redenen en akkoord van de directie).De voltallige leerlingenraad komt minstens 2 maal per maand samen.2.3. FunctieomschrijvingenDe voorzitter leidt de vergaderingenen is samen met de onder­voorzitter contactpersoon met de directie; bij staking der stemmen heeft hij dubbel stemrecht. De voorzitter leidt de vergaderingen en is verantwoordelijk voor de algemene coördinatie.
De ondervoorzitter neemt de functies van de voorzitter over bij diens afwezigheid.De secretaris brengt van elke vergadering een schriftelijk verslag uit dat meegedeeld wordt aan directie en, na goedkeuring, aan leerkrachten en leerlingen. Hij stelt eveneens een draaiboek op.De penningmeester beheert de financiën van de leerlingenraad en brengt hiervan regelmatig verslag uit.De contactpersoon van het eerste/tweede jaar vergadert met de klasafgevaardigden van het eerste/tweede jaar. Hij/zij houdt de leerlingen van het eerste/tweede jaar op de hoogte van de initiatieven van de leerlingenraad, formuleert hun voorstellen op de vergaderingen van de leerlingenraad en geeft nadien opnieuw feedback.N.B. Afwezigen hebben geen stemrecht.3. DOELSTELLINGEN.3.1. De leerlingenraad is de spreekbuis van de leerlingen binnen de schoolstructuur. Hij kan met voorstellen, vragen en initiatieven naar de directie toestappen. Initiatieven worden uitgevoerd in overleg met de directie.3.2. De leerlingenraad kan advies geven of erom gevraagd worden door de directie bij beslissingen die het schoolleven van de leerlingen aanbelan­gen: klasoverstijgende initiatieven, organisatie van het schoolleven, projecten, ...4. TAAKOMSCHRIJVING.4.1. De leerlingenraad zal als vertegenwoordigend orgaan zo nauw mogelijk in contact proberen te staan met de volledige leerlingenpopulatie van de middelbare school.4.2. De leerlingenraad wordt geacht een positieve bijdrage te leveren bij klasoverstijgende initiatieven op school. Om die verantwoordelijkheid te kunnen waarmaken is het nodig dat de leerlingenraad nauw betrokken wordt bij de voorbereiding en uitvoering van deze initiatieven.4.3. De leerlingenraad kan zelf initiatieven aan de directie voorleggen en uitwerken.4.4. De jaarrekening wordt zo georganiseerd dat zij financieel zichzelf kan bedruipen. In uitzonderlijke gevallen kan beroep gedaan worden op de school.
4.5. De leerlingenraad dient vóór 15 oktober een jaarplanning en begroting in bij de directie van de school. Deze wordt met de directie besproken. Er dient op gelet te worden dat alle leerjaren op een evenwichtige manier aandacht krijgen.4.6.1.Voorstellen die de leerlingenraad wenst voor te leggen aan de directie en eventueel aan andere in­stanties binnen de school dienen altijd vooraf be­sproken te worden in de leerlingenraad.4.6.2.De directie wordt geacht om ten laatste binnen de veer­tien dagen een gemotiveerd, schriftelijk antwoord te geven op de voorstellen, vragen of opmerkingen die bij haar worden ingediend; in dwingende omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.4.6.3.De dialoog met de directie gebeurt via de voorzitter, de onder­voorzitter (in geval van afwezigheid met een ander lid van de leerlingenraad) én de graadcoördinato­ren.4.6.4.Op vraag van de voorzitter van de leerlingenraad of meer dan de helft van de leden of van de directie kan een algemeen onderhoud met alle leden van de leerlin­genraad gehouden worden.4.7. De leerlingenraad krijgt de kans om op basis van de bezwaren van de directie de gemaakte voorstellen bij te stu­ren. Het is m.a.w. mogelijk om eigen voorstellen te amenderen.4.8. Eens een voorstel is aanvaard, werkt de leerlingenraad dit schrifte­lijk uit en legt het ter definitieve goedkeuring voor aan de directie. Pas na goedkeuring van de uitwerking door de directie, mag worden overgegaan tot de uitvoering van het initiatief.5. DE BEGELEIDERS.5.1. De leerlingenraad wordt bijgestaan door 2 begeleiders, deze worden bij de aanvang van het jaar door de leerlingenraad gekozen uit een lijst van kandidaat-begeleiders. Er kan beroep gedaan worden op verzoek van de begeleiders en/of de leerlin­genraad - na afspraak met de directie - op externe begelei­ding.5.2. De begeleiders hebben een ondersteunende functie. Ze leveren advies bij de organisatie van de vergaderingen, bij het opstellen van de jaarplanning en van andere voorstellen. Ze hebben vooral oog voor de manier waarop hun besluitvorming en het overleg (onderling en met de directie) gebeuren.5.3. Het tijdstip van de vergaderingen en de duur ervan worden in overleg met de begeleiding bepaald bij aanvang van het schooljaar. Afwezigheid van één van de begeleiders dient op voorhand verwittigd te worden. Een extra vergadering dient op voorhand schriftelijk aangekondigd te worden.

 

OUDERCONTACT

Per schooljaar worden er gewoonlijk drie contactavonden georganiseerd : een oudercontact op afspraak per trimester. Er zijn ook info-vergaderingen voor de leerjaren die een studie- of optiekeuze moeten maken : eerste jaar klassieke studiën, tweede jaar, vierde jaar.

Voor het eerste leerjaar is er half september reeds een oudercontact met de klastitularis.

 

PLASTISCHE OPVOEDING

Plastische Opvoeding op het HHC of een vak zoals géén ander.

Het vak Plastische Opvoeding heeft steeds een belangrijke plaats gehad op deze school. Vele mogelijkheden werden gecreerd om het op de meest optimale manier te kunnen beleven. De bezielers in de jaren '60 waren Pater De Plecker, Ere-Directeur, en Herman Cool, beeldend kunstenaar en leraar Plastische Opvoeding.

1966

Het creatieve proces bij leerlingen leidt tot opmerkelijke resultaten. Vandaar de eerste van een reeks tentoonstellingen in de gang van Blok A.

1969

Aan de tentoonstelling wordt voor het eerst een laureaatschap gekoppeld. Ministeries, gemeentebesturen, culturele verenigingen, serviceclubs en banken worden aangeschreven om prijzen, hoofdzakelijk kunstuitgaven, te schenken aan de laureaten.

Twee groepen worden samengesteld: laureaat mét toejuiching van de jury, en laureaat (zonder rangschikking wel te verstaan). Het is de bedoeling om natuurlijk getalenteerde jongeren zowel op plastisch als ruimtelijk vlak te waarderen. Die appreciatie is voor velen een stimulans geweest om tijdens of na hun humaniora, een artistieke of toegepast-artistieke richting in te slaan en zo worden er schilders, beeldhouwers, grafici, architecten en productontwikkelaars gevormd. Zelfs voor leerlingen die minder goed scoren voor algemene vakken, en daardoor enigszins hun zelfvertrouwen verliezen, betekent het laureaatschap vaak een bevestiging van hun IK-sterkte. Vakken waarin het affectieve primeert op het cognitieve, zijn immers uitstekend geplaatst om hieraan een pedagogische strategie te koppelen.

1970

De tentoonstelling verhuist van Blok C naar de feestzaal. Leerlingen van de lagere school en de humaniora stellen samen tentoon. Opmerkelijk is de 20 meter lange tekening (fries) van Gorik Lindemans "Popfestival van Woodstock".

1971

De maanlandschapmaquette van Luc Thoelen krijgt veel aandacht.

1972

Een bijzondere waardering gaat uit naar het werk van Chris Mergan.

1973

Opmerkelijk is het picturale werk van Chris Dercon, de huidige directeur van het museum Boymans-Van Beuningen te Rotterdam.

1979

Innoverend is het interview met de beeldhouwer Yves Rayhé door Eric en Luc Mulier (nu Mulier & Mulier Gallery / Knokke-Heist) en Peter Brosens (nu cineast met o.a. documentaires over Mongolië: CITY OF THE STEPPES 1993, STATE OF DOGS 1998.

Grafiek: Zwart-Wit en Kleur": didactische grafiektentoonstelling met initiatie in hoog- vlak- en diepdruk. De grafiek wordt geveild; met de opbrengst wordt een keramiekoven aangekocht.

1980

Vijftiende tentoonstelling. Locatie feestzaal.

"Grafiek: Zwart-Wit en Kleur 2": didactische tentoonstelling met o.a. Cobaert, Dubrunfaut, Minnaert, Aaveel, e.a.. Deze wordt op BRT 1-radio als bijzonder uitgeroepen. Met de opbrengst van de veiling worden schildersezels, klassiek-plaasteren beelden en een etspers aangekocht.

1982

Volgens de structuren van het VSO wordt een optie "Kunst" gestart. De muzische vorming wordt geleid door Willy De Boeck. Tentoonstelling in de Kredietbank te Tervuren.

1986

Optie "Kunst" werkt rond een project o.l.v. Willy De Boeck. Directeur Kaaitheater Hugo De Greef is aanwezig en laaiend enthousiast. De kubussen van de leerlingen van het eerste jaar vallen op door hun originaliteit: een transpositie van vlakke naar ruimtelijke voorstelling.

1987

Als eerste leerling van het HHC start Wim Vanden Hende met de opleiding productontwikkeling te Antwerpen welke hij met succes voltooit.

1991

Tentoonstelling: "Oud-leerlingen van het H.-Hartcollege stellen tentoon en musiceren" ter gelegenheid van de nieuwbouw.

1994

De modeshow van hoeden door de 2de jaars van de eerste graad is een succes.

1995

Naast hoeden, gecreëerd door de 2de jaars, is er nu ook kledij, ontworpen door de 1 ste jaars van de tweede graad, op de catwalk te zien.

Project Dynamo 2. De tweedes nemen deel aan het project: "Een kijk op moderne kunst en vormgeving".

1997-1998

Drieëndertigste tentoonstelling "Beeldende Expressie '98". Afscheid van Herman Cool.

2001-

Een samenwerkingsverband "Fade Out/Fade Oud" met het rusthuis van Wezembeek-Oppem wordt opgestart. Leerlingen van het derde jaar maken kennis met het rusthuis via een verblijf van één dag in het rusthuis waarbij zij schetsen, aquarellen, houtskooltekeningen, enz... maken van de rusthuisbewoners. Het intergenerationeel project is een vakoverschrijdend jaarproject. De school werd erelaureaat bij de koningin Paolawedstrijd met dit project, dat navolging krijgt in andere scholen.

 

 

PROEFWERKEN

Examenreglement

* Proefwerkenreglement voor de leerlingen van de eerste en de tweede graad. (zie Leefregel 3.1)

Bij het binnenkomen leg je je schooltas vooraan onder het bord. Op je aangeduide plaats beschik je alleen over je map proefwerkbladen en eigen schrijfgerei. Als kladblad gebruik je alleen het papier dat door de leerkracht wordt uitgedeeld. Rekenmachientjes, atlassen en woordenboeken mogen alleen gebruikt worden wanneer het op het proefwerk is vermeld. Er wordt niets doorgegeven tenzij met toelating van de leerkracht.

Je zorgt voor een verzorgde kopij (op dubbel blad):

- verzorgd en leesbaar geschrift;

- netheid (NIET DOORSTREPEN)

- overzichtelijk

- de vragen en onderdelen van de vragen duidelijk van elkaar scheiden.

Je levert je proefwerk ten vroegste in om 9.15 u of 11.10 u. Wanneer je met je proefwerk klaar bent, breng je het proefwerk, de kladbladen en de examenvragen bij de leerkracht die je toelating geeft enkele boeken te nemen. Je mag alleen die boeken gebruiken die over een andere leerstof handelen dan de leerstof van het aan gang zijnde proefwerk. Je schooltas laat je vooraan staan. Je blijft in het lokaal tot het einde van de toegemeten tijd, die je strikt respecteert; tot het eindsignaal heerst volledige stilte.

Indien een overtreding wordt vastgesteld, dan wordt het proefwerk geannuleerd.

AFWEZIGHEID DAAGS VOOR EN TIJDENS DE PROEFWERKEN DIENT DOOR EEN DOKTERSATTEST GERECHTVAARDIGD. HET ONTBREKEN VAN DIT ATTEST HEEFT DE ANNULERING VAN HET PROEFWERK TOT GEVOLG.

* Proefwerkenreglement voor de leerlingen van de derde graad (zie Leefregel 3.1)

Bij het binnenkomen leg je je schooltas vooraan onder het bord. Op je aangeduide plaats beschik je alleen over je map proefwerkbladen en eigen schrijfgerei. Als kladblad gebruik je alleen het papier dat door de leerkracht wordt uitgedeeld. Rekenmachientjes, atlassen en woordenboeken mogen alleen gebruikt worden wanneer het op het proefwerk is vermeld. Er wordt niets doorgegeven tenzij met toelating van de leerkracht.

Je zorgt voor een verzorgde kopij (op dubbel blad) :

- verzorgd en leesbaar geschrift;

- netheid (NIET DOORSTREPEN)

- overzichtelijk

- de vragen en onderdelen van de vragen duidelijk van elkaar scheiden.

Wanneer je met je proefwerk klaar bent, breng je het proefwerk, de kladbladen en de examenvragen bij de leerkracht maar niet vóór 9.15 u of 11.15 u. Je neemt je boekentas, verlaat het klaslokaal en je kan gaan studeren in de eetzaal. Heb je geen examen meer, mag je aanstonds naar huis. De school verlaten tussen twee proefwerken in, is niet toegelaten. Ook leerlingen die gebruik maken van ons eigen schoolvervoer, blijven op de school. Respecteer strikt de toegemeten tijd.

Indien een overtreding wordt vastgesteld, dan wordt het proefwerk geannuleerd.

AFWEZIGHEID DAAGS VOOR EN TIJDENS DE PROEFWERKEN DIENT DOOR EEN DOKTERSATTEST GERECHTVAARDIGD. HET ONTBREKEN VAN DIT ATTEST HEEFT DE ANNULERING VAN HET PROEFWERK TOT GEVOLG.

Mondelinge examens.

In de derde graad worden er enkele mondelinge examens voorzien voor Nederlands, Frans, Engels en wiskunde 8 u. De praktische organisatie wordt van jaar tot jaar opnieuw bekeken.

Aanwezigheid op de school tijdens de proefwerkenperiode.

In principe zijn de leerlingen tijdens de proefwerken en de dag vóór de proefwerken enkel 's voormiddags op school. De leerlingen van het eerste, tweede en derde jaar moeten daartoe van hun ouders toestemming krijgen zoniet blijven zij 's namiddags op school. De leerlingen van het vierde, vijfde en zesde jaar zijn enkel op school wanneer zij proefwerk hebben. Leerlingen die de schoolbus nemen en geen proefwerk hebben kunnen in de bibliotheek of eetzaal studeren.

 

RAPPORTEN

Dagelijks-Werk-rapport (D.W.-rapport)

Data der D.W.-rapporten.

* Eerste en tweede graad:

In principe rond einde september, einde oktober, begin december, einde januari, half maart, half mei.

* Derde graad:

In principe rond einde september, einde oktober, begin december, half februari, einde maart, begin juni.


STUDIE- EN LEERLINGBEGELEIDING IN DE EERSTE GRAAD

Algemeen :

Elk jaar werken we rond een bepaald thema.

We willen bouwen aan een school waar het tof is om te leven en waar elke leerling zich thuis voelt. Elke leerling moet kunnen ervaren dat er altijd iemand bereid is om te luisteren naar zijn problemen. Hiervoor doen we een beroep op elke vakleerkracht. Leerstofgerichte problemen voor de basisvakken en Latijn en Grieks kunnen weggewerkt worden tijdens de gewone inhaallessen van die bepaalde vakken.

Elke klastitularis, in samenwerking met de hulptitularis, heeft hier ook een belangrijke taak; aan hen vragen we ook eventuele problemen op te sporen en door te seinen naar de cel studie- en leerlingenbegeleiding. Deze cel bestaat uit de directie, de coördinatoren en de begeleiders G. Jossart, P. De Volder en H. Salaets. Op regelmatige tijdstippen zal deze cel vergaderen, met de P.M.S.-medewerkster.

Gedurende 3 middaguren voor de eerstejaars en 3 middaguren voor de tweedejaars, proberen we leerlingen te begeleiden :

- bij algemene studieproblemen, bij problemen met het plannen van het avondwerk,

- bij problemen met organiseren van het thuiswerk,

- bij problemen met structuur aan te brengen in de leerstof,

- bij gedragsproblemen in de klas en op de school,

- bij persoonlijke problemen,

- bij pestproblemen,

- bij problemen met sociale vaardigheden,

- bij problemen thuis, in de familie.

Bovendien besteden we extra aandacht aan leerlingen met een dyslexieprobleem. Mits het voorleggen van een medisch attest zal de leerling vanaf het begin van het schooljaar extra begeleid worden. Aan elke leerling zal een vaste begeleider toegewezen worden en zal een speciaal contract ter ondertekening worden voorgelegd.

Eerstejaars met enorm veel spellingproblemen worden gedurende het eerste trimester ook gedurende één middag per week speciaal begeleid.

Met een vlotte communicatie en een goede samenwerking zullen problemen bij leerlingen vlug kunnen worden opgespoord en, indien mogelijk, ook snel worden weggewerkt.

Samen werken aan een toffe en leefbare school zal een aangename sfeer creëren zodat de leerlingen zich thuis voelen op onze school.

 

* Speciale begeleiding.

- Leerlingen met dyslexie (officieel aangetoond) krijgen een vaste begeleider en een speciaal contract. Zij worden goed opgevolgd.

- Franstalige leerlingen worden automatisch ingeschakeld in de inhaalles Nederlands (spellinggroep).

* Aantal leerlingen die per week begeleid kunnen worden.

Daar elke leerling een vaste begeleider krijgt toegewezen, kunnen er maximaal 6 leerlingen per week individueel gevolgd worden (in het eerste trimester maar 5 daar 1 uur studiebegeleiding overgeheveld is naar inhaalles Nederlands wegens het grote aantal leerlingen met spellingproblemen). De duur van de begeleiding is volledig afhankelijk van de noodzaak en het probleem.

 

Leerlingenvolgkaart :

Deze 'groene' kaart hoort bij het "Programma voor de begeleiding van leerlingen door het schoolteam". Bij dit programma hoort een "leerlingenvolgkaart" die twee bedoelingen heeft :

1. het gedrag van de leerling evalueren

2. de leerling stimuleren om zijn/haar goede bedoelingen vol te houden en zijn/haar gedrag blijvend te verbeteren.

De gegevens bovenaan worden door de leerling ingevuld.

Op de leerlingenvolgkaart staan uitsluitend positieve kenmerken. Bij het begin van de les zal de leerling de kaart voorleggen.

Het is de bedoeling dat de leerkracht op het einde van de les in de kolom van het lesuur, in de passende vakjes parafeert wanneer de leerling inderdaad het gewenste gedrag heeft getoond. Zo krijgt de leraar, de directie en de leerling zelf

een overzicht van het goede gedrag per dag. Indien de leerling veel "gevulde vakjes" heeft, zal dit hem/haar stimuleren om het gewenste gedrag vol te houden en te wennen aan zijn/haar nieuwe rol van "goede leerling".


STUDIE- EN LEERLINGBEGELEIDING IN DE TWEEDE EN DERDE GRAAD

De leerlingenbegeleiders staan in voor de studie- en leerlingenbegeleiding. Dat betekent dat leerlingen een beroep kunnen doen op een begeleider bijvoorbeeld :

- als ze moeilijkheden ondervinden bij het studeren van bepaalde vakken, als ze faalangst hebben, als de leerstof ze boven het hoofd groeit, als ze hun studies niet meer zien zitten, enz.

- als er moeilijkheden zijn in de klas :

. met medeleerlingen, zoals pestgedrag, een medeleerling die steeds de lessen stoort, ...

. met een leerkracht die het moeilijk heeft, enz.

- als er gezondheidsproblemen zijn,

- als er persoonlijke of familiale problemen zijn,

- als ze geen problemen hebben, maar eens aan een babbel toe zijn,

- als ze vragen hebben bij hun studiekeuze,

- als als als ...

M.a.w. leerlingen kunnen bij de leerlingenbegeleiders terecht voor zowat alles en nog wat. (De begeleiders kunnen ook discrete hulp bieden.)

De leerlingenbegeleiders zijn buiten hun lesuren steeds te bereiken (voor niet dringende gevallen maak je best een afspraak) in B102. Hun spreekuren staan vermeld op de deur.(e-mailadressen: zie Info/Begeleiding)


TEKENINGENTENTOONSTELLING

Elk jaar wordt één week voor de Kijk-op-HHC-dag de tentoonstelling met plastisch werk van de leerlingen geopend. Op die opening worden prijzen uitgereikt aan de meest verdienstelijke leerlingen. (zie 'Plastische Opvoeding')

 


VERVOERMAP, TAKENMAP EN TOETSENMAP

We willen extra aandacht te besteden aan het organiseren van de boekentassen van de eerste- en tweedejaartjes. Naast de mogelijkheid om een kastje te huren streven we ook naar meer orde in de boekentas. Daarom werken we met een vervoermap, een takenmap en een toetsenmap.

Het nut en het gebruik van deze mappen :

. De vervoermap.

De vervoermap is een plastieken opberghoes met onderverdelingen per vak. Ze wordt gebruikt voor het vervoer van en naar school van taken, toetsen, losse bladen van een vak en brieven voor de ouders.

Elke avond wordt deze map thuis volledig leeggemaakt en steekt men datgene erin wat men de volgende dag terug mee naar school moet brengen.

Taken, toetsen of brieven komen dus niet meer los voor in de boekentas !

. De takenmap.

De takenmap is een plastieken map met voor elk vak een vakkaart en een plastieken mapje.

Deze takenmap blijft thuis !

Krijgt een leerling een taak terug, dan steekt hij die in de klas (al dan niet klassikaal verbeterd) in de vervoermap. Thuis haalt de leerling de taak uit de vervoermap en verbetert die in het groen. Vervolgens neemt de leerling in de takenmap de vakkaart van dat vak en vult het volgnummer, de opgave en het resultaat in en laat de vakkaart door de ouders tekenen. De verbeterde taak wordt dan opgeborgen in het bijhorende plastieken mapje.

Elke vakleerkracht zal duidelijk vermelden wanneer de taken van dat bepaalde vak eens ter controle moeten meegebracht worden naar school. Op die dag brengt de leerling het plastieken mapje van het vak met daarin de bijhorende vakkaart en de taken mee naar school. Na controle gaat het mapje terug mee naar huis en steekt de leerling dat dan terug in de takenmap.

De leerling heeft steeds de verbeterde taken in zijn bezit zodat hij daarvan gebruik kan maken bij de voorbereiding van een grote toets of van een proefwerk.

Op het einde van elk trimester niet de leerling alle taken van een bepaald vak in volgorde vast aan de bijhorende vakkaart. Dit wordt dan afgegeven bij het begin van het proefwerk van het betreffende vak.

. De toetsenmap.

De toetsenmap is een plastieken map met voor elk vak een vakkaart en een plastieken mapje.

Deze toetsenmap blijft thuis !

Krijgt een leerling een toets terug, dan steekt hij die in de klas (al dan niet klassikaal verbeterd) in de vervoermap. Thuis haalt de leerling de toets uit de vervoermap en verbetert die in het groen. Vervolgens neemt de leerling in de toetsenmap de vakkaart van dat vak en vult het volgnummer, de opgave en het resultaat in en Iaat de vakkaart door de ouders tekenen. De verbeterde toets wordt dan opgeborgen in het bijhorende plastieken mapje.

Elke vakleerkracht zal duidelijk vermelden wanneer de toetsen van dat bepaalde vak eens ter controle moeten meegebracht worden naar school. Op die dag brengt de leerling het plastieken mapje van het vak met daarin de bijhorende vakkaart en de toetsen mee naar school. Na controle gaat het mapje terug mee naar huis en steekt de leerling dat dan terug in de toetsenmap.

De leerling heeft steeds de verbeterde toetsen in zijn bezit zodat hij daarvan gebruik kan maken bij de voorbereiding van een grote toets of van een proefwerk.

Op het einde van elk trimester niet de leerling alle toetsen van een bepaald vak in volgorde vast aan de bijhorende vakkaart. Dit wordt dan afgegeven bij het begin van het proefwerk van het betreffende vak.

De leerlingen van het eerstejaar krijgen klassikaal uitleg over de samenstelling en het gebruik van deze mappen. Deze uitleg wordt in de klas gegeven door een coördinator of de directie. Aan de ouders van de eerstejaars wordt deze uitleg door de klastitularis ook gegeven op het eerste oudercontact.